Article with Vincent Ginis in De Standaard, by Alexander Lippeveld.
Een AI-model van de Chinese ontwikkelaar Z.AI scoort opvallend goed in gespecialiseerde AI-testen. Zelfs het laatste model van OpenAI zou de duimen moeten leggen. Of vertekenen de tests het beeld? “Voorlopig zie ik weinig mensen overstappen.”
In de AI-wereld is er om de paar weken een new kid on the block. De afgelopen weken ging het vaak over Claude Fable 5 van Anthropic, maar dezer dagen rolt GLM 5.2 over de tongen. Dat taalmodel is van het eerder onbekende Z.AI, een Chinees bedrijf. Hoewel dat bedrijf door een Amerikaans exportverbod geen toegang heeft tot de krachtige AI-chips van Nvidia, steekt het in sommige tests GPT 5.5 van OpenAI voorbij. Ze benaderen zelfs Claude Fable 5, het model dat zo goed is dat president Donald Trump een exportverbod naar de rest van de wereld instelde. In het schrijven van code, misschien wel de meest commercieel schaalbare sector voor AI, zou GLM 5.2 excelleren.
De druk van China op de AI-markt wordt dus groter. Maar halen Chinese chatbots hun achterstand op de Amerikaanse dan echt in? “Er waren indrukwekkende resultaten bij bepaalde benchmark-tests. En dat is fijn voor de wereld”, zegt professor Vincent Ginis van het VUB AI Lab. “Maar we zien de afgelopen maanden wel steeds meer benchmark-optimalisatie. Daarbij maken de tests waaraan AI-modellen onderworpen worden deel uit van de training, waardoor je een vertekening krijgt. Ik weet niet of dat bij dit model ook is gebeurd, maar we zien dat bijna overal gebeuren.”
Ginis ziet een andere indicator die misschien wel de echte lakmoesproef is. “In coderingmilieus wordt er veel geëxperimenteerd”, zegt hij. “Wanneer er een nieuw model is dat significant beter is, wordt er in een paar dagen tijd overgestapt. Dat is voor mij het beste bewijs van welk model er het beste is. Ik zie wel wat opwinding over GLM 5.2 op sociale media, maar ik zie voorlopig weinig mensen overstappen.”
Amerikaanse afhankelijkheid
Er is al een tijdje veel gretigheid om het monopolie van de Amerikaanse chatbots en agents te doorbreken. De hype rond Deepseek begin 2025 is wellicht het beste voorbeeld. “Toen was het veelzeggend dat ze zonder de krachtigste Nvidia-chips een model konden creëren dat op de grafieken staat. Maar het heeft geen topmodel voortgebracht”, zegt Ginis. Ook sinds het exportverbod van Claude Fable 5 reageert de AI-markt koortsachtig.
Wat veel Chinese modellen onderscheidt, is dat ze vaak 'open weight' zijn. Dat wil zeggen dat de interne parameters vrij beschikbaar zijn, zodat gebruikers die kunnen aanpassen en ook lokaal kunnen draaien in plaats van in de cloud. Er circuleren verschillende theorieën waarom dat zo is, die beide een kant van dezelfde medaille vormen. Enerzijds zou het kunnen dat de AI-labs in China willen vermijden dat er te veel staatscontrole is op de modellen, waardoor ze hun modellen open in de markt zetten.
Anderzijds is het voor China een manier om toch een impact te hebben op de AI-wereld. Maar Ginis geeft mee dat we “het belang van die open weight-modellen niet mogen overschatten, want je moet wel de datacenters hebben om die lokaal te kunnen draaien. In Europa hebben we die te weinig, onze eigen LLM's (large language models of grote taalmodellen, red.) draaien vaak op Chinese datacenters. De strategische afhankelijkheid verschuift dus gewoon van het model naar het datacenter, de ultieme bottleneck zit daar.”
De prijs van GLM 5.2 is 90 dollarcent per miljoen tokens (dat is de hoeveelheid tekst die een AI-model kan verwerken), beduidend lager dan de 7,7 dollar van Claude Fable 5. Daar zijn volgens Ginis enkele mogelijke verklaringen voor. “Dat die prijs zo laag ligt, doet vermoeden dat ze een kleiner taalmodel hebben. Of het zou kunnen dat ze de prijs kunstmatig drukken. Maar zelfs de beste Amerikaanse modellen draaien vaak onder de prijs.”
Kloof wordt groter
“Het is een goede zaak dat er een extra model is dat onze afhankelijkheid van een aantal spelers verkleint”, zegt Ginis. Maar de achterstand op de Amerikaanse modellen blijft groot. “Er wordt geschat dat China zes tot negen maanden achterloopt op de Verenigde Staten. Mijn hypothese is dat die kloof aan het vergroten is. Je hebt het exportverbod van de krachtigste Nvidia-chips, maar er zijn altijd wel manieren om die toch in China te laten toekomen. De nieuwste taalmodellen moeten steeds veel groter zijn, dus de nood aan extra rekenkracht is ook steeds groter. Die verkrijgen, wordt voor China steeds moeilijker.”
Zelfs binnen de VS, waar alle bedrijven toegang hebben tot Nvidia, ziet Ginis een kloof ontstaan. “Je zit met een exponentiële race. Vorig jaar had je nog een vijftal grote aanbieders in de race, nu gaan we naar drie. En naar mijn aanvoelen heeft zelfs Google (met zijn Gemini-model, red.) het steeds moeilijker om bij te benen, dus misschien gaan we met OpenAI en Anthropic zelfs naar slechts twee aanbieders.”