Article with Vincent Ginis in De Tijd, by Roel Verrycken.
Is het veelbesproken punt gearriveerd waarop computers de cognitieve capaciteiten van mensen overtreffen? OpenAI zegt van wel, bij de lancering van zijn nieuwe model Astra.
‘Een nieuwe generatie intelligentie.’ Met het nodige aplomb kondigt OpenAI zijn nieuwste vlaggenschip aan, een AI-model dat de naam GPT-6 Astra meekreeg. Volgens de maker van ChatGPT is Astra het meest intelligente en ‘meest gealigneerde’ ooit. Dat laatste betekent dat het is afgestemd op menselijke intenties en ethiek - belangrijk, gezien de recente incidenten met AI-agents die op eigen houtje aan het hacken gingen.
Wat de intelligentie betreft, stelt OpenAI dat Astra de concurrentie - en dan vooral grote rivaal Anthropic, waarmee het verwikkeld is in een race richting de beurs - aftroeft op het vlak van software programmeren, wetenschappelijk onderzoek, professionele taken en cyberveiligheid. Het model zou ook bijzonder sterk scoren in het oplossen van lang onoplosbaar gewaande wiskundige vraagstukken.
Volgens OpenAI heeft Astra, dat voorlopig enkel gelost wordt bij een paar partnerbedrijven, zelfs de kiemen van AGI in zich. Artificial general intelligence, of kunstmatige algemene intelligentie, is het niveau dat een AI-systeem bereikt wanneer het de capaciteiten van een mens evenaart en zelfs overstijgt. Een dergelijke vorm van superintelligentie geldt als een missie en als de heilige graal voor de techindustrie, ook al blijft het concept heel vaag en notoir lastig te definiëren.
‘Als we een paar jaar vooruitspoelen en dan terugkijken naar het moment waarop AGI echt is gecreëerd, dan denk ik dat we zullen verwijzen naar deze tijd, en naar dit model’, zei Greg Brockman, de voorzitter van OpenAI, bij de voorstelling van Astra donderdagavond in het Amerikaanse San Francisco.
‘Deze modellen lossen honderd jaar oude wiskundige problemen op, maar je kan ze ook gebruiken om de economie te versnellen en er in je persoonlijk leven voordelen uit te halen’, zei Brockman. ‘Ik denk dat het niet onredelijk is om aan te voelen dat we ons nu in het tijdperk van AGI bevinden.’
Publiek onderschat het
In een eerder charter definieert OpenAI AGI zelf als ‘autonome systemen die beter presteren dan mensen bij de meeste economisch waardevolle taken’. Maar vorige maand zei CEO Sam Altman nog in een podcast: ‘Het is een heel slap gedefinieerd woord. Ik zou zeggen dat het een irrelevante marketingterm is.’
Volgens AI-professor Vincent Ginis van de VUB houdt het wel degelijk steek om te stellen dat het AGI-tijdperk is aangebroken. Meer nog: het jongste model van OpenAI is niet het eerste dat aan de mijlpaal voldoet.
‘De normen voor de beste AI-modellen om het AGI-niveau te bereiken zijn de voorbije jaren steeds ambitieuzer gemaakt, maar intussen zijn ze bijna allemaal gehaald. In de benchmarktests die de AI-industrie heeft ontwikkeld, is het bijna onmogelijk geworden om nog een opgave te verzinnen die een AI-model niet kan en een mens wel.’
Volgens Ginis wordt dat bij het brede publiek onderschat, omdat velen AI nog steeds gebruiken op dezelfde manier als drie jaar geleden, toen ChatGPT nog nieuw was, met name als een chatbot. ‘Maar onder de motorkap is de ontwikkeling impressionant. Terwijl AI aanvankelijk een opdracht aankon die een mens een paar minuten zou kosten, voert ze nu taken uit die drie werkdagen duren, zoals complexe software schrijven. En die tijdsduur verdubbelt om de vier maanden.’